poort kluis 1 png

 

 

2017flyervoorkant

 

  We zijn open op zaterdag en zondag

"Het dagelijkse leven en smokkel tijdens de Eerste Wereldoorlog"

vanaf 1 juli 2017 tot en met 29 oktober 2017 en van 7 april 2018 tot en met 27 mei 2018

Elke zaterdag en zondag van 12-16u (niet op Pinksteren) 

 (niet op maandag) Groepen op aanvraag

1914 Caulille (Kaulille)

Dorpstraat 7In 1914 telde Kaulille 953 inwoners.
Kaulille (voorheen nog geschreven als Caulille) was van oudsher een kleine agrarische gemeente. Zij behoorde oorspronkelijk samen met Achel, Hamont, Sint-Huibrechts-Lille en Weert tot de abdij/het kapittel van Maastricht, maar was in 1259 al van het grote Maastrichter domein afgescheiden en bij het graafschap Loon gevoegd. Dit blijkt uit een oude akte van dat jaar, voorlopig het oudst bekende document over Kaulille.

De komst van de buskruitfabriek Cooppal in 1883 bracht werkgelegenheid en welstand in de gehele regio. Het bevolkingsaantal ging als gevolg hiervan met een ruk de hoogte in.

In 1870 was er in Kaulille al een douanebrigade actief. De douaniers zouden er vooral na de komst van Cooppal - waar veel alcohol verwerkt werd - op toezien dat er accijns geheven werd. De douaniers waren gehuisvest in het dorpscentrum. Hun verblijf werd in de volksmond “de kazerne” genoemd.

Ondanks de geringe omvang van de gemeente telde Kaulille een kleine siroopfabriek en twee brouwerijen, toevallig opgericht door de twee teutenfamilies. Verder waren er een viertal kruidenierszaken en verschillende cafés.
Een van de trefplaatsen van de teuten was herberg “het Keizershof”, waar ze geregeld overleg pleegden over hun handelsactiviteiten. Het Keizershof was ook bekend doordat het tijdelijk dienst deed als gemeentehuis, het zogenaamde kamertje. Enkele leden van de familie Neven - eigenaars van het Keizershof – zijn als burgemeester van Kaulille bekend.

Het dorp telde twee teutencompagnieën. Enerzijds was er de compagnie van de familie Neven die met verschillende generaties de Cie “Dries” leidde.
De tweede teutencompagnie was de compagnie Bierkens. Michiel Bierkens was bovendien de laatste teut van Kaulille.

Kaulille kende twee bloeiende verenigingen: de “Koninklijke Schutterij Sint-Joris” en de “Harmonie Sint-Jozef”.

Industrie, ondernemingen:

1 buskruitfabriek Cooppal
2 teutencompagnieën
2 brouwerijen
1 siroopfabriek
1 douanebrigade
4 kruidenierswinkels
Herberg “het Keizershof”
Verschillende cafés

logosbanner