poort kluis 1 png

 

 

2017flyervoorkant

 

  We zijn open op zaterdag en zondag

"Het dagelijkse leven en smokkel tijdens de Eerste Wereldoorlog"

vanaf 1 juli 2017 tot en met 29 oktober 2017 en van 7 april 2018 tot en met 27 mei 2018

Elke zaterdag en zondag van 12-16u (niet op Pinksteren) 

 (niet op maandag) Groepen op aanvraag

1914 Nederlandse grensgemeenten

valkenswaard29Valkenswaard telt 4050 inwoners
Een gemeente van landbouw en nijverheid. Vooral de tabaksindustrie en in mindere mate de schoenindustrie, gaven velen burgers een bestaan.
De sigarenindustrie gaf aan 1124 personen werkgelegenheid in de fabrieken. De helft hiervan was man. Daarnaast werkten er zo’n 200 vrouwen en ongeveer 340 kinderen. De werknemers werkten verspreid over 15 fabrieken, variërend van 180 personen tot een 15tal personen.
In de twee schoenfabrieken die Valkenswaard telde, werkten 115 personen.
Overige nijverheid speelde zich af rond de bierbrouwerij, schorsmolen met houtzagerij, graan- en oliemolen, stoomzuivelfabriek, houtzagerij en timmerfabrieken.

Valkenswaard mocht ook toen al tot een van de bloeiendste plattelandsgemeenten gerekend worden. Aan het fraaie marktplein in de dorpskern ligt de St. Nicolaaskerk, het NH kerkje, het raadhuis, de muziekkiosk en grote statige huizen. Ook vond je er verschillende hotels en vele cafés. Een bloeiend verenigingsleven maakte deel uit van de gemeenschap in Valkenswaard met onder meer harmonie UNA. Ook waren er in het verleden een zestal jaarmarkten, de jaarlijkse Handelse processie en de kermis.

 

Borkel en Schaft telt 590 inwoners.
In 1914 een zelfstandige gemeente. Vanwege zijn ligging was Borkel en Schaft op zichzelf aangewezen. De gemeente kende maar één hoofdweg. De keiweg van den Rijksweg ’s Bosch – Luik naar de grens Achel kost zeer veel van onderhoud. De gemeente kan een behoorlijke onderhoud van de keiweg niet bekostigen in verband met hare slechte finan1914 1918 Borkel en Schaft mobilisatieciële toestand (gemeenteverslag 1914). Ten oosten van de gemeente liep de spoorlijn Hasselt – Eindhoven met wachtpost 28, maar geen halteplaats.

De meeste bewoners waren werkzaam in de landbouw en veeteelt. Daarnaast kende Borkel en Schaft ambachtslieden zoals grofsmid, naaister, huisschilder, loonslachter, timmerman, metselaar en wagenmaker. Ook was er een graanmolen en de Coöperatieve Roomboterfabriek die werkgelegenheid bood.
Dommelen
In 1914 een klein kerkdorp gelegen tussen de Dommel en Keersop. De bevolking was overwegend agrarisch. Tot 1934 was Dommelen een zelfstandige gemeente.

De economische activiteiten beperkten zich tot ambachtelijke werkzaamheden en enkele bedrijven. Het bekendste bedrijf was de Dommelsche Bierbrouwerij (D.B.), in 1744 opgericht door de familie Snieders, die tevens herberg De Oranjeboom bestierde.

Een blikvanger was en is de Dommelse Watermolen. De molen dateert uit de 14e eeuw.
Het oudste gebouw in Dommelen is Huize Agnetendal, als klooster in 1432 gesticht door Dirk Bruninckx voor Franciscanessen afkomstig uit Achel. In 1717 vertrokken de laatste nonnen. In latere jaren was er een kaarsenfabriek gevestigd.

Industrie, ondernemingen:

Station Valkenswaard op de spoorlijn Hasselt- Eindhoven
Rijksweg ’s Hertogenbosch – Luik

15 sigarenfabrieken
2 schoenfabrieken
2 brouwerijen
2 stoomzuivelfabrieken
2 watermolens
1 windmolen
2 houtzagerijen
1 kaarsenfabriek
3 kerken
1 Zusterklooster en liefdesgesticht

Cranendonck: Budel, Maarheeze en Soerendonk 1914
Inwoners 4046 663 1016
Budel
budel11De gemeente Budel kende allereerst de hoofdplaats, schoolvoorbeeld van een kransakkerdorp, voornamelijk levend van de landbouw met de nodige kleinhandel en nijverheid en een kleine marktfunctie. Ook draaiden er maar liefst drie molens. Tussen 1902-1912 werd hier een grote nieuwe rooms-katholieke kerk gebouwd, terwijl het ook een kleine protestantse gemeente kende.
Het dorp Schoot bestond eigenlijk uit de buurtschappen Klein-Schoot en Groot-Schoot, die na de komst van het station Budel als onderdeel van de zogenaamde ‘IJzeren Rijn’ (1879) aaneengroeiden tot Budel-Schoot. De derde kern was het in 1892 door de gebroeders Dor gestichte fabrieksdorp dat naar hen de naam Budel-Dorplein kreeg. De ligging nabij de genoemde spoorweg en de Zuid-Willemsvaart was een van de redenen voor de Waalse fabrikanten om zich hier te vestigen. De zinkfabriek had in 1914 een 900-tal werknemers, veelal uit de directe omgeving en was dus van groot belang voor de lokale economie. In 1913 was de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek voor Budel, Maarheeze en Soerendonk tot stand gekomen.

Maarheeze
De gemeente Maarheeze bestond enkel uit het gelijknamige landbouwdorp, dat ook een paar ambachtelijke bedrijfjes, waaronder een bierbrouwerij, had. De ligging aan de (rijks)weg Eindhoven-Weert, die dwars door het dorp liep, gaf enige betekenis aan de plaats. De komst van een station in 1913 aan de spoorlijn Eindhoven-Weert zorgde voor een verdere ontsluiting van het dorp. In de jaren 1909-1910 werd de oude middeleeuwse kerk van Maarheeze vervangen door de tweetorige neogotische kerk die er nu nog staat.
Soerendonk
De gemeente Soerendonk bestond, vreemd genoeg, uit twee delen die niet aan elkaar grensden en gescheiden werden door de gemeente Maarheeze: enerzijds Soerendonk met Gastel, anderzijds Sterksel. Het gemeentehuis stond in Soerendonk, de grootste kern. Alle dorpen hadden een landbouwkarakter, waarbij Soerendonk nog enkele ambachtelijke bedrijfjes kende. Sterksel was in het bezit van nazaten van de familie Pompen, die in 1914 besloten het te verkopen. In 1915 werd de Naamlooze Vennootschap De Heerlijkheid Sterksel opgericht met als doel de ontginning en exploitatie van het bosrijke dorp en de omvorming ervan tot een ‘tuinstad’. Eerste directeur van de Maatschappij werd de in 1914 uit Antwerpen gevluchte makelaar Désirée Willems.

Industrie, ondernemingen:
Zinkfabriek
Stoomzuivelfabriek
5 windgraanmolens
4 bierbrouwerijen
3 steenbakkerijen
2 sigarenmakerijen
1 houtzagerij
3 leerlooierijen
7 timmermanswinkels
3 metselaars
3 smederijen
2 schoenmakerijen
1 uurwerkhersteller
2 broodbakkerijen

Heeze, Leende, Zesgehuchten en Geldrop 1914
Inwoners 2385, 1401, 1173, 3100

Dit heemgebied beslaat de huidige gemeenten Heeze-Leende en Geldrop.

Geldrop
Geldrop bezat veel textielnijverheid, waaronder enkele fabrieken met honderd of meer werknemers. Verder waren er een gasfabriek, een sigarenfabriek, bierbrouwerijen, timmerwinkels en bakkerijen, waaronder de voorloper van de koekfabriek Peijnenburg.
De H. Brigidakerk was tussen 1889 en 1891 gebouwd naar een ontwerp van Carl Weber. Een ander belangrijk gebouw was het kasteel, dat in 1914 eigendom was van het echtpaar Van Tuyll van Serooskerken-Hoevenaar.

Heeze
Het landelijke dorp Heeze genoot sinds het einde van de negentiende eeuw faam als schilderskolonie. Het epicentrum van deze kolonie was Hotel van Dijk.
Naast de landbouw speelde ook de industrie een belangrijke rol, waaronder de band- en lintfabrieken Vullinghs en Van Engelen en Evers. Verder waren er onder meer twee sigarenfabrieken, een strohulzenfabriek en een kunststeenfabriek, de Vereulithe.
De rooms-katholieken van Heeze kerkten nog in de waterstaatskerk van 1833 en de protestanten hadden in 1907 op de plaats van de oude kapel een nieuwe kerk gebouwd.
Het kasteel van Heeze, bestaande uit het middeleeuwse slot Eymerick en het naar een ontwerp van Pieter Post gebouwde zeventiende-eeuwse kasteel, was sinds einde achttiende eeuw in handen van de familie Van Tuyll van Serooskerken.

leende5Leende en Zesgehuchten
Leende en Zesgehuchten waren twee boerendorpen met kleine industrie, zoals strohulzenfabrieken, sigarenfabriekjes, leerlooierijen en brouwerijen. In Zesgehuchten woonden naast boeren ook veel in Geldrop werkzame fabrieksarbeiders.
Dit dorp had in 1912 een nieuw raadhuis gekregen en beschikte sinds 1884 over de H.H. Maria- en Brigidakerk.
Leende was trots op de laatgotische kruisbasiliek Sint-Petrus-Banden waarvan de toren in 1905 gerestaureerd was.

In het hele heemgebied werd in de eerste decennia van de twintigste eeuw volop ontgonnen en speelden boerenorganisaties als de Boerenbond en de Boerenleenbank een grote rol bij de ontwikkeling van de landbouw.
Voor de bereikbaarheid waren het Eindhovens kanaal en verschillende tramlijnen van belang, maar vooral de opening van de treinverbinding Eindhoven-Weert in 1913 had de inwoners in alle plaatsen behalve Leende van een station voorzien.

Industrie, ondernemingen:
2 kastelen
3 kloosters
3 molens
3 stations
Textielfabrieken
Band- en lintfabrieken
Kunststeenfabriek
Sigarenfabrieken
Strohulzenfabrieken
Leerlooierijen
Brouwerijen
Timmerwinkels en klompenfabrieken

logosbanner