poort kluis 1 png

 

 

2017flyervoorkant

 

  We zijn open op zaterdag en zondag

"Het dagelijkse leven en smokkel tijdens de Eerste Wereldoorlog"

vanaf 1 juli 2017 tot en met 29 oktober 2017 en van 7 april 2018 tot en met 27 mei 2018

Elke zaterdag en zondag van 12-16u (niet op Pinksteren) 

 (niet op maandag) Groepen op aanvraag

2014 Eerherstel geïnterneerde soldaten?

VOORSTEL VAN RESOLUTIE
betreffende het eerherstel voor de geïnterneerde soldaten
in Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog
(ingediend door de heer Patrick De Groote 04/12/2013)


TOELICHTING

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914, vluchtten enkele honderden Belgische troepen, na hevige gevechten bij Luik, richting Nederland. Volgens de verdragen van de Tweede Haagse Vredes-conferentie van 1907 werden zij in het neutrale Nederland ontwapend en geïnterneerd.

Na de capitulatie van Antwerpen op 10 oktober 1914 zouden vele soldaten hetzelfde lot ondergaan. De ongeveer 70.000 Belgische soldaten die instonden voor de verdediging van de stad werden daarbij plots aan hun lot overgelaten. Slechts een klein deel kon zich tijdig terugtrekken.

Ongeveer 20.000 soldaten en officieren werden krijgsgevangen genomen.

Nog eens 40.000 andere soldaten, onderofficieren en officieren vluchtten naar Nederland om te ontsnappen aan het krijgsgevangenschap.
Hun plan was om via Nederland, of via een omweg langs het Verenigd Koninkrijk, weer aansluiting te zoeken bij de Belgische troepen. Zo’n 7.000 manschappen slaagden ook daadwerkelijk in dat opzet. Op die manier kwamen zij terecht aan het IJzerfront.

ER WERDEN 407 OFFICIEREN EN 33 064 SOLDATEN
EN ONDEROFFICIEREN IN NEDERLAND GEÏNTERNEERD.

Na deze, voor hen verrassende, internering kregen ze van de Belgische legerleiding zware kritiek.
Omdat zij zogezegd waren gevlucht, werden zij beschouwd als deserteurs. 

De geïnterneerde soldaten vonden deze kritiek onterecht.
Zij waren immers zonder bevelen aan hun lot overgelaten. Daardoor restte hen enkel de keuze tussen het krijgsgevangenschap of vluchten via Nederland.
Aangezien zij als krijgsgevangenen volgens de krijgswet konden worden verplicht om voor Duitsland te werken, was de keuze voor de vlucht via Nederland vanzelfsprekend.

Bij aankomst in Nederland werden de Belgische soldaten ontwapend en naar verschillende kampen gevoerd.
Dit zorgde voor acute logistieke problemen.
De stromen gevluchte militairen werden hoofdzakelijk ondergebracht in barakken en tenten in Nederlandse kazernes, die door de mobilisatie leegstonden. Door de overbevolking was de situatie in deze kazernes zeer slecht. De soldaten moesten aanvankelijk op stro slapen. Bovendien was er geen verwarming in de barakken en tenten. De totaal ontoereikende sanitaire en hygiënische voorzieningen en de gebrekkige medische zorgleidden al snel tot ontelbare zieken. Veldkeukens voldeden niet aan de behoefte. Er was een grote schaarste aan voedsel en kleding. Kortom, het leven in dergelijke interneringskampen was allesbehalve een pretje.
Velen stierven door voedselgebrek, ontberingen en ziektes, anderen pleegden zelfmoord.
Ontsnappingspogingen waren legio en 2313 soldaten geraakten op die manier ook effectief weg. Deze ontsnappingen leidden echter tot een slechte verstandhouding met de Nederlandse bewakers.
Tijdens protestacties tegen de barre leefomstandigheden op 2 en 3 december 1914 openden de Nederlandse bewakers het vuur en sneuvelden acht soldaten.
Dit incident betekende wel een kentering ten goede.
De interneringsomstandigheden verbeterden, maar zouden wel tot de uiteindelijke vrijlating in 1919, ontoereikend blijven.

militairebarakken cadzandDe Belgische soldaten kregen na dit incident de mogelijkheid om buiten de kampen te gaan werken.
Hiervoor moesten ze een contract ondertekenen waarin ze beloofden niet te zullen vluchten.
Omdat dit neerkwam op desertie, weigerden velen te tekenen. De mannen die toch tekenden, konden het contact met de buitenwereld herstellen, ook al bleef communicatie met het bezette thuisland erg moeilijk.

Na de oorlog kregen gewone frontsoldaten en ook krijgsgevangen soldaten één tot acht frontstrepen, naargelang de duur van hun dienstperiode. Deze frontstrepen bepaalden het bedrag van hun militair pensioen.
Dit gold echter niet voor de Belgische geïnterneerde soldaten en onderofficieren. Na hun terugkeer kregen zij geen enkele eer of materieel voordeel, ook al is er nooit bewezen dat zij zouden geweigerd hebben om bevelen uit te voeren.
Voor de geïnterneerde officieren werd er daarentegen wel mildheid getoond. Van de 407 officieren die in Nederland werden geïnterneerd, kregen er slechts 61 een straf. De anderen kwamen er van af met een blaam.

August De Block uit Sint-Niklaas,één van de geïnterneerde soldaten, wordt van 1949 tot 1965 senator. In die hoedanigheid pleit hij op 25 februari 1964 en nogmaals op 10 februari 1965 in het parlement voor eerherstel.


Tot op de dag van vandaag, honderd jaar na het begin van de Eerste Wereldoorlog, krijgen de geïnterneerde soldaten de gevraagde erkenning niet. Alle betrokkenen zijn inmiddels overleden en hun lotgevallen werden vergeten.
Toch is het niet te laat om eindelijk mildheid en rechtvaardigheid te laten zegevieren.


VOORSTEL VAN RESOLUTIE
De Senaat verzoekt de regering
de nodige maatregelen te treffen opdat de Belgische
soldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog werden
geïnterneerd in Nederland, postuum
de eer krijgen die zij verdienen. 18 november 2013

(uit KVOO-SROR IB525 )

logosbanner