poort kluis 1 png

 

 

2017flyervoorkant

 

  We zijn open op zaterdag en zondag

"Het dagelijkse leven en smokkel tijdens de Eerste Wereldoorlog"

vanaf 1 juli 2017 tot en met 29 oktober 2017 en van 7 april 2018 tot en met 27 mei 2018

Elke zaterdag en zondag van 12-16u (niet op Pinksteren) 

 (niet op maandag) Groepen op aanvraag

1919 - Belgische wacht schiet smokkelaarster neer

hieronder een passage uit "De Achelsche Kluis 1914 - 1918" door Van Lent uit 1924 (met herziening door Dominicus De Jong in de jaren 80). Deze teksten worden in de loop van 2014 gepubliceerd.

Januari 1919 – Belgische wacht schiet "smokkelaarster" neer

"Van schieten gesproken, - daar is nog een heele geschiedenis van te vertellen, die wij hier laten volgen.
Het was 23 Januari 1919, dat er omstreeks tien uur, in den voormiddag, twee vrouwtjes over onzen akker tegenover de Hoef liepen, dus, in de Kempkens of daaromtrent, op Belgisch grondgebied. Zij hoorden thuis op 't Loo, bij Hamont. De eene was vrouw Herteleer, moeder van een zes- of zevental kinderen, de andere een oud moedertje. Door een der Bel-gische soldaten opgemerkt, die ze voor smokkelaarsters hield, schoot deze in de lucht, maar de vrouwtjes gingen voort; alleen zei het moe¬dertje tot haar veel jongere gezellin : "Gut, minsch, ik geleuf dat ze 't op ons gemunt hebben."

De toegesprokene keerde zich om, en op hetzelfde oogenblik ging er een kogel in schuinsche richting dwars door heur keel, onmiddellijk boven het borstbeen, langs het strotten¬hoofd, en kwam door het schouderblad haren rug uit, na eerst nog even een der longtoppen gewond te hebben. De ongelukkige stortte ter aarde, en het oude moedertje riep luidkeels om hulp. De soldaat, die, luidens het later ingesteld proces op bevel van zijn overheid (een onderoffi-cier) had geschoten, snelde toe, en de noodlottige uitwerking van zijn schot ziende, ging hij onverwijld naar de wacht om verslag te doen. Aan¬stonds werd er naar het Nood-klooster gezonden om hulp. - De Eerwaarde Pater Superior, Dom Vitalis Klinski, zond er Pater Willibrordus Visser dadelijk heen, die, ter plaatse komende, er den Kapelaan van Achel (den Eerwaarden Heer De Ridder) aantrof. Deze had het vrouwtje reeds de Ab¬solutie gegeven. Het arme schepsel zat op den natten grond, met den rug geleund tegen een soldaat, die al het mogelijke deed om haar lijden te verzachten. Daar kon zij niet blijven, haar dragen ging niet en kon den dood ten gevolge hebben, alzoo - terug naar 't klooster, en een baar gehaald met twee sterke Broeders. - Zoo werd dan het vrouwtje overgebracht naar de Abdij; geen gemakkelijk werk, want zij moest in zit¬tende houding blijven, en in den rug gesteund worden door genoemden Pa¬ter, die er naast liep. Onder het gaan vroeg hij haar "of ze geen wrok had, en bereid was om voor God te verschijnen, indien Hij het aldus zou beschikken." Maar de brave ziel gaf ten antwoord : "Pater, die man heeft zijn plicht gedaan, hij is geen moordenaar, ik vergeef hem alles van harte. Ook ben ik niet bang om te sterven; als moeder van een groot gezin heb ik altijd Gods H.Wil volbracht, en altijd voor Hem geleden en gezwoegd. Mijne lieve kinderen beveel ik aan Zijne Voorzienigheid, Hij zal voor hen zorgen." Zelfs vroeg zij, "of de Pater, als religieus, haar wel mocht ondersteunen," en daar kwam ze nog tweemaal op terug."

logosbanner