poort kluis 1 png

 

 

2017flyervoorkant

 

 

"Het dagelijkse leven en smokkel tijdens de Eerste Wereldoorlog"

WE HOUDEN EEN WINTERSTOP

GESLOTEN TOT EN MET 6 APRIL 2018

terug open vanaf 7 April 2018 tot 27 mei 2018

1918 - Verslag pastoor Bierkens

Achel 1914-1918

Sint-Monulphus en Gondulphusparochie door pastoor J.G. Bierkens

(originele tekst)

OK RW 45 c Bierkens pastoor filtered
Vragenlijst Bisdom: Verslag over den toestand der parochie Achel gedurende de jaren 1914-1918 overgemaakt aan het Bisdom

  1. Ligging: Provincie Limburg, Arrondissement: Tongeren-Maeseyck, Kanton: Neerpelt, Dekenaat: Hamont.
    De parochie Achel is gelegen aan de Hollandsche grens langs den spoorweg van Luik naar Eindhoven.
  2. Door aanplakbrieven werd de bevolking door de burgerlijke overheid en door de geestelijkheid van den stoel der waarheid aangeraden zich te onthouden van ‘t gebruik der wapenen en die in te leveren.
  3. Generaal Deschepper kwam den 7n. Oktober 1914 een laatste toevluchtsoord zoeken hij de Eerw. Paters Trappisten, wier klooster gelegen is te Achel op de Hollandsche grens langs den weg van Achel naar Leende (Holland). Hij verbleef aldaar gedurende 10 dagen met een 150 tal vrijwilligers en gendarmen.
  4. De bevolking was bevreesd bij zijne aankomst en bracht allerlei meubels, kleederen en beddegoed naar de Hollandsche dorpen Borkel en Schaft, Valkenswaard, enz... omdat eene week daarvoor, na het dooden van een Duitschen ruiter door eenen Belgischen vrijwilliger, alle huizen werden ten gronde afgebrand in een gehucht van de gemeente Exel. Gedurende die dagen van bange verwachting werden de kerkelijke diensten, de dagelijksche mis in de maand Oktober, beter bijgewoond; het getal communiën vermeerderde van dag tot dag.
  5. De eerste Duitsche soldaten kwamen in het dorp aan den 7n. Oktober, op zoek naar Generaal Deschepper. Zij gingen op het postbureel om den telefoon af te breken, vroegen naar den burgemeester, die gevlucht was naar Holland en gingen dan terug op St. Huibrechts-Lille zonder ergens kwaad te doen.
  6. Den 16n. Oktober ‘s avonds kwamen per auto een paar Duitsche in het dorp aan. Dezen vroegen den weg naar het Trappistenklooster en zegden te willen onderhandelen met Generaal Deschepper en hem te vragen: of hij zich wilde overgeven. Zij werden tot hij den Generaal gebracht, doch deze weigerde zich over te geven. Op deze weigering kwamen den l 7n. Oktober naar Achel ongeveer 4.000 Hannoveranen, landstormtroepen, gedeeltelijk over Lille, gedeeltelijk over Hamont om Generaal Deschepper te verdrijven uit zijn toevluchtsoord. Zij hadden een paar veldkanonnen en beschoten daarmee op een 1/2 uur afstand het Trappistenklooster. Het torentje der Trappistenkerk werd geraakt en nog al erg beschadigd, en hier en daar viel een kanonbal op het dak van schuren en stallen van het klooster. Generaal Deschepper met zijne vrijwilligers en gendarmen hield zich verborgen in het klooster. Voorzien van een machienengeweer en wat oude en slechte wapens, boden zij wederstand, zoo goed zij konden en doodden zij eenige Duitsche soldaten, die zich te kort hij de kloostergebouwen waagden. Generaal Dechepper had aan de overheid van het klooster beloofd het klooster te zullen vrijwaren van vernieling en op tijd te zullen over de grenzen trekken, als het kanon zou beginnen te bulderen; hij hield woord; als er eenige schoten gelost waren, verliet hij het klooster om zich te laten interneeren door de hollandsche grenswacht, dicht hij het klooster. De vrijwilligers en gendarmen volgden hem. De Paters Trappisten waren uit het klooster vertrokken behalve drie; twee Paters en één wat bereikbaar was: bier, wijn, kaas, eetwaren, enz... 250 man verbleven in het klooster gedurende 3 weken. De overigen vertrokken nog vóór den avond van den 17n Oktober, half dronken, onder het zingen van “I)eutschland überalles”, zeggende in dorpen, waar zij doortrokken, dat zij eene groote overwinning behaald en eenen generaal met heel zijn leger over de grens gedreven hadden. ‘t Is met geene pen te beschrijven hoe het klooster eruit zag hij ‘t vertrek der 250 mannen, die daar 3 weken goed geleefd hadden.
  7. Er werden geen gijzelaars genomen, geene belastingen opgelegd. Het Duitsch gezag maakte geene moeilijkheden aan de geestelijken betrekkelijk de uitoefening van den eeredienst.
  8. De inkwartiering werd met geweld gedaan. Er bleven in de gemeente Achel voortdurend vele landstormtroepen voor het bewaken der Hollandsche grenzen.
    1. Achel werd “grensgebied” ‘t is te zeggen ingesloten tusschen de Hollandsche grens en eene geëlektriseerde draadversperring van af het begin van Aug. 1915, dus afgesloten van het binnenland. Den 15n. Sept. 1916 was eene nieuwe draadversperring gereed aan de Hollandsche grens en verdween de eerste draadversperring tusschen Achel en het binnenland.
    2. De Duitsche aalmoezenier Pater minderbroeder Vonder Heide kwam maandelijks voor de godsdienstoefeningen der katholieke Duitsche soldaten, eerst in de parochiekerk, dan in het klooster der eerwaarde Zusters op de kapel, later hij de Eerw. Paters Trappisten, waar de kerk verlaten stond, en eenige keeren in de wachtzaal der statie.
      Voor de protestanten hadden er gedurende de bezettingsjaren slechts twee godsdienstoefeningen plaats op de speelplaats der Zustersscholen.
      Nooit heeft de geestelijke overheid der parochie moeielijkheden gehad voor de uitoefening van den eeredienst, noch voor processiën, noch voor andere plechtigheden, als missie en andere.
    3. Het bijwonen der kerkelijke diensten en naderen tot de H. Sakramenten nam toe in het begin der bezettingsjaren, verminderde weer later.
      Maandelijks werd een lijkdienst gezongen voor de slachtoffers van den oorlog, in ‘t begin goed, op ‘t laatst slecht bijgewoond.
    4. De openbare zedelijkheid liet te wenschen wegens verwildering der jeugd: jongens en meisjes van 15 tot 20 jaren gingen in ‘t begin te veel naar Holland
    5. Het regelmatig schoolgaan der kinderen werd belet, dan door gebrek aan kolen, dan door gebruik der schoollokalen voor inkwartiering; ook wel gebeurde het meer dan vroeger vóór den oorlog dat de ouders nalatig waren in het regelmatig zenden der kinderen.
    6. Den 29n. December 1916 werden 29 werklieden naar Duitschland meegevoerd als werkloozen, alhoewel slechts enkelen hunner als werkloozen konden beschouwd worden; de meesten hunner keerden ziek terug. De dag dezer meevoering was voor de gemeente de droevigste van den oorlog.
    7. Er bestond van af het begin van den oorlog een Steunkomiteit voor de noodlijdenden en een
      komiteit voor werkloozen.
    8. Werden rechterlijk vervolgd de volgende personen: Werden veroordeeld tot gevangenis om verschillende andere redenen: Renard, jachtwachter, Vrouw Brouwers en dochter, Maria Martens, Weduwe Maes, Helena Bernaerts enz... Werden gestraft tot geldboeten: de gemeente gezamelijk tot 7.125 eenige bijzonderen, gezamelijk tot 31.860 fr.
      1. Henri Bernaerts, veroordeeld voor 10 jaren gevangenis;
      2. Henriette Bernaerts, veroordeeld ter dood; later begenadigd tot levenslangen dwangarbeid;
      3. Jozef Cox, Celina Cox, Leopold Stalmans, ter dood veroordeeld, later begenadigd tot levenslangen dwangarbeid.
      4. Antoon Cox, Maximiliaan Stalmans, veroordeeld tot 10 jaren gevangenis.
      5. Emiel Cox, naar Duitschland vervoerd als ongewenscht in België.
        Van dezen werden de 2 eersten veroordeeld om hulp gebracht te hebben voor het overbrengen van nieuws naar Holland, de 6 anderen om hulp verleend te hebben aan het overbrengen van Belgen naar Holland.
    1. 49 jongelingen werden opgeroepen voor het Belgisch leger, 32 zijn er later als vrijwilligers het leger gaan vervoegen.
    2. 7 zijn gesneuveld: Petrus Verweijen, Jan Desair, Gerard Didden, Petrus Brouwers, Jan Goossens, Amandus Coenjaerts, Jozef Govers.
      2 in Holland gestorven : Louis Croymans, Petrus Gielen.
    3. Vergelijkende tafel der geboorten en sterfgevallen van 1913-1918
    4. Jaartallen Geboorten Sterfgevallen
      1913 49 23
      1914 59 20
      1915 31 16
      1916 41 18
      1917 31 20
      1918 35 21
  • In kerk of klooster werden geene huiszoekingen gedaan.
  • Het is spijtig, zoo wordt er algemeen gezegd, dat de voormelden, die daden van offervaardigheid of vaderlandsliefde verricht hebben, en daarvoor gestraft werden, niet handelden uit loutere vaderlandsliefde. Mochte het anders zijn dan men algemeen denkt en zegt! Voor een echten vaderlander mag geld verdienen noch hoofdzaak, noch bijzaak zijn.
  • Eenige dagen na de wapenstilstand, had de ontruiming plaats. Wat een treurige aftocht van die soldaten grensbewakers, die zwaar beladen met pak en zak op den rug, met hoopen marken in de beurs, voortkomende van den verkoop van gestolen goed en legergoed uit de spoorwagens (staande op de twee spoorlijnen Antwerpen-Gladbach en Luik-Eindhoven).
  • Den 12n. November werden alle huizen bevlagd niettegenstaande het verbod der bezetting. Wat een vreugde in de straten, in de huisgezinnen, in de harten!
  • Den 13n. November om 10 uren voormiddag werden gedurende meer dan ééne uur alle klokken geluid om de menschen naar de kerk te roepen en het plechtig “Te Deum” om 11 uren bij te wonen. Dag van vreugde! Onvergetelijke dag!.

Bidprentjeachel1919 Bidprentje gesneuvelden achel1918 verso

Vragenlijst

1.- Bestuurlijke ligging. (Provincie, arrondissement, kanton, gemeente; dekenij).
Natuurlijke ligging der parochie voor zooveel deze ligging van aard is sommige feiten beter in 't licht te stellen. (Ligging belangrijk onder krijgsoogpunt op eene rivier, eene hoogte, nabij eene versterking, enz).

2.- Maatregelen bij den inval getroffen door de Belgische burgerlijke en krijgsoverheid en door de geestelijkheid. (Ontruiming door de bevolking, in veiligheid brengen van kunstschatten en kerkelijke voorwerpen; - vernietiging, door de oorlogsleiding, van beplantingen, huizen, kerktorens; schade daarbij aan het kerkfabriek of aan godsdienstige stichtingen toegebracht).

3.- Houding der krijgsoverheid. - Gesteltenis der soldaten. - De vrijwillige dienstneming.

4.- Gesteltenis der burgerlijke bevolking gedurende de eerste dagen van den oorlog. - Eenige feiten in 't bijzonder: kerkelijke diensten, 't bijwonen der Heilige Mis, 't naderen tot de Sacramenten.

5.- De inval van den vijand. - Gevechten op het grondgebied der parochie. - Schade gedaan aan de gebouwen, in 't bijzonder aan kerken, kloosters, pastorijen, scholen, en lokalen dienstig voor de werken. Korte opgave der huizen, in hun geheel of ten deele vernietigd.

6.- Houding der vijandelijke legers in de eerste uren der bezetting: plunderingen, brandstichtingen, moordtooneelen. (Uitvoerige aanteekening nopens de slachtoffers). - De vernietigde gebouwen. - Belangrijkheid der schade, - Opgave der kunstschatten, vernietigd of gestolen en van deze welke in veiligheid werden gesteld

7.- De dagen die op den inval volgden: belastingen, gijzelaars, enz. - Houding van het Duitsche gezag ten opzichte der plaatselijke overheid, der geestelijken en van den eeredienst.

8.- Latere gewelddaden. Inkwartiering, Inbeslagnemingen.

9.- De bezettingsjaren:
a) De kerk. (Herstellings- of hermakingswerken tijdelijke kerken). De kerkbemeubeling. (Nieuwe aanwinsten, herstellingen). - De klooster- en andere kapellen op het gebied der parochie.
b) De goddelijke diensten. (Hernemen van den dienst na den inval). - Gebruik der kerk of der kapellen op de parochie door den Duitschen, katholieken of protestantschen, aalmoezeniersdienst.
c) De vrijheid van den eeredienst zoo binnen als buiten de kerk. (Lezing der bisschoppelijke brieven, sermonen; - processien, openbare berechtingen, bedevaarten, kerkelijke stoeten).
d) Het bijwonen der diensten en het naderen tot de Sacramenten gedurende de bezettingsjaren.
(Plechtige communie der kinderen, vergelijkende tafels 1913-1918). - Buitengewone diensten. -De openbare zedelijkheid.
e) De toestand der vrije scholen. (Opgelegd programma, voertaal, gewoon en buitengewoon schooltoezicht, - uitkeering der schooltoelagen,
het onderwijzend personeel).
f) De patronaten, - werken voor schoolgaanden en werken voor de jeugd, - werken voor volwassenen. (Beperking der vergaderingen door de bezettende macht;  andere oorzaken van ontwrichting). De liefdadigheidswerken.
g) Het onvoeren der werklieden. (Treffende feiten; - namen der werklieden in Duitschland overleden of later in België door ontbering omgekomen; - overzichtstafels).
h) Ondersteuningswerken. (Aard, bestuur, bijzonder doel, uitslagen). Overzichtstafels. Toestand van werk en nijverheid, armoede.
i) Gerechterlijke vervolgingen. (Namen der beschuldigden, grieven, gerechtsleiding, uitslag van het proces). De politieke gevangenen in Duitschland of in de gevangenis in België gestorven. Eene uitgebreide aanteekening zal aan de terechtgestelden gewijd worden. Oorlogsbelastingen, boeten, uitbuiting der bevolking.

10.- Naam, voornaam en dienststaat der parochieele geestelijken en ook der andere, zoowel wereldlijke als kloosterlingen, in de parochie gevestigd, met inbegrip der leden der Congregatiën van Broeders, bij de voorvallen betrokken of die tot het leger hebben behoord, als soldaat, ziekenverzorger of aalmoezenier. Hun dienststaat in 't leger.
Korte overzichtstafel der parochianen die in Duitschland of in Holland gestorven, der krijgsgevangen, der soldaten die zich in den oorlog onderscheidden. Vergelijkende tafel der geboorten en sterfgevallen bij de burgerlijke bevolking van 1913 tot 1918.

11.- Huiszoekingen in kerken of kloosters. - De opname of in beslagneming der klokken.

12.- Feiten van verscheiden aard. De grensversperring, - de aanwervingsdienst over den draad.
Daden van vaderlandsliefde of offervaardigheid. Plichtverzakingen. - Vaderlandsche betoogingen.

13.- De ontruiming. - Houding der vijandelijke legers. - Voorvallen en misdaden.


14.- De bevrijding. - Intrede der Belgische of verbondene legers. - Godsdienstige plechtigheden. - Terugkeer der gevangenen en uitwijkelingen. - Gedenktekens.

Heemkundekring Achel (2014)

logosbanner