Eindtermen

Eindtermen gerelateerd aan het projectwerk WO I in onze gewesten

Deel geschiedenis:

Het projectwerk is vooral gericht op methodiek en op het verwerven van historische vaardigheden.
Het focust in het bijzonder op onderzoek waarbij de diverse talen aan bod komen. Taalrijkdom en de toepassing ervan in het historisch onderzoek verhoogt de kansen op een objectieve kennis van de geschiedenis.
Zij moeten zich inleven in de 4 jaar durende oorlog en bestuderen hoe en waarom dit conflict ontstond en uitmondde in de omvang en de aard zoals die in talloze publicaties en documentaires gezien wordt. Zij proberen via het projectwerk tot een eigen beoordeling te komen van het verloop en de gevolgen van dit wereldconflict waarbij ze in het bijzonder aandacht beteden aan informatie en desinformatie, propaganda en contra-propaganda kritisch beoordelen en zelfs hedendaagse studies onderwerpen aan elementaire historische kritiek.
De kunst bestaat erin op kritische wijze om te gaan met de massa informatie aangeboden door alle mogelijke media.
Het historisch onderzoek gebeurt hier in groep met de bedoeling het historisch métier zelf op een brede manier te kunnen aanvatten en technieken aan te leren om uit de veelheid tot een aanvaardbare synthese te kunnen komen waarbij de resultaten niet alleen in een geschreven rapport worden gepresenteerd maar tevens in een mondelinge proef ondersteund door een power point presentatie.
De algemeen geformuleerde eindtermen voor de derde graad zijn hier van toepassing, in het bijzonder:

1. Kennis en inzicht

1.1 Kennis en inzicht i.v.m. tijd, ruimte en socialiteit & i.v.m. het historisch referentiekader

De leerlingen

verruimen een aantal historische begrippen en probleemstellingen en passen deze beredeneerd in in een bredere historische context.

kennen de krachtlijnen van het historisch referentiekader in termen van tijd, ruimte en socialiteit.

1.2 Kennis, inzicht en vaardigheden i.v.m. de bestudeerde samenlevingen uit de 19de en 20ste eeuw
De leerlingen

passen de begrippen beschaving, moderniteit en mondialisering/globalisering toe op de westerse samenleving en op een andere samenleving.

analyseren fundamentele conflicten en breuklijnen waarmee samenlevingen worden geconfronteerd.

omschrijven per ontwikkelingsfase van de westerse samenleving de belangrijkste elementen van het culturele domein, in samenhang met andere domeinen van de socialiteit.

duiden de rol van onze gewesten als medespeler in Europese en mondiale context.

1.3 Kennis, inzicht en vaardigheden i.v.m. de integratie tussen het historisch referentiekader en de bestudeerde samenlevingen uit de 19de en 20ste eeuw
De leerlingen

tonen structurele verschillen aan tussen enerzijds agrarische en anderzijds industriële en post-industriële samenlevingen.

tonen aan dat ideologieën, mentaliteiten, waardestelsels en wereldbeschouwingen invloed uitoefenen op samenlevingen, menselijke gedragingen en beeldvorming over het verleden.

stellen vragen aan het verleden om actuele spanningsvelden te verhelderen.

2 Vaardigheden i.v.m. de methodologische onderbouwing

2.1 Verzameling van historisch informatiemateriaal
De leerlingen kunnen

doeltreffend informatie selecteren uit gevarieerd informatiemateriaal omtrent een ruim geformuleerde historische of actuele probleemstelling.

hun selectie van informatie kritisch verantwoorden.

2.2 Bevraging van het historisch informatiemateriaal
De leerlingen kunnen

zelfstandig de nodige gegevens voor het beantwoorden van een historische probleemstelling halen uit het historisch informatiemateriaal zoals beeldmateriaal, schema's, tabellen, diagrammen, kaarten, cartoons, dagboekfragmenten, reisverslagen, memoires.

een vraagstelling ontwikkelen om de historische informatie kritisch en vanuit verschillende standpunten te benaderen.

argumenten weergeven die worden gebruikt om standpunten omtrent problemen uit het verleden en heden te onderbouwen.

2.3 Historische redenering
De leerlingen kunnen

verschillende argumentaties tegen elkaar afwegen.

een redenering opbouwen vanuit de studie van verleden en heden om hun standpunt t.o.v. een maatschappelijk probleem te verdedigen.

bij hun historisch onderzoek de aangewende methode evalueren en eventueel bijsturen.

2.4 Historische rapportering
De leerlingen kunnen

omtrent een maatschappelijk relevante (actuele of historische) probleemstelling initiatieven nemen, met hun medeleerlingen een doelmatige historische methodiek afspreken, de deelconclusies evalueren en een samenhangende rapportering brengen.

3 Attitudes

De leerlingen

zijn bereid om actuele spanningsvelden aan de historische ontwikkelingen te relateren.

zijn bereid om actuele/historische spanningsvelden vanuit verschillende gezichtshoeken kritisch te bekijken, rekening houdend met mogelijke achterliggende waarden, normen en mentaliteiten.

zijn bereid ook hun ingenomen standpunten te confronteren met conflicterende gegevens en die van daaruit te relativeren.

durven vanuit een intellectueel eerlijke omgang met informatie te reageren op vormen van desinformatie.

aanvaarden dat historische evoluties een verscheidenheid aan sociale identiteiten genereren.

erkennen de maatschappelijke dynamiek van de spanning tussen het blijvende en het veranderende.

zijn bereid vanuit het historisch besef dat individuen en groepen interfereren in maatschappelijke processen, actief en constructief te participeren aan de evoluerende maatschappij.

---------------
De in gemarkeerde eindtermen regenereren een sleutelpositie binnen het projectwerk WO I in onze gewesten

logosbanner