poort kluis 1 png

 

 

2017flyervoorkant

 

  We zijn open op zaterdag en zondag

"Het dagelijkse leven en smokkel tijdens de Eerste Wereldoorlog"

vanaf 1 juli 2017 tot en met 29 oktober 2017 en van 7 april 2018 tot en met 27 mei 2018

Elke zaterdag en zondag van 12-16u (niet op Pinksteren) 

 (niet op maandag) Groepen op aanvraag

De nationale inlichtingendiensten

rotterdam witte huisBij de aanvang van de Eerste Wereldoorlog had elk land zijn eigen inlichtingendienst. Omdat België, Frankrijk en Groot-Brittannië samen tegen Duitsland oorlog voerden, was het van belang om de onderlinge acties zo veel mogelijk te coördineren. Daarom kwamen deze landen op 22 november 1914, op initiatief van de Franse kolonel Dupont, samen te Veurne (België) om hierover afspraken te maken. Hier beslisten ze om één gezamenlijk netwerk op te richten in Forth (Engeland), maar opgedeeld per nationaliteit, dus in drie delen.

Elk land diende in nauwe samenwerking de bekomen informatie uit te wisselen. Het hoofdkwartier van dit intergeallieerd bureau (Bureau Central Interallié) lag in Folkestone, een stadje aan de Britse kust. De leiding kwam in handen van kolonel George Cockerill. Voor Groot-Brittannië was Cameron verantwoordelijk, voor Frankrijk was dit eerst Wallner en later Béliard en voor België was dit Mage. De verschillende netwerken werkten in de praktijk dikwijls tegen elkaar.


netwerkenHet neutrale Nederland, strategisch gelegen tussen Duitsland en Groot-Brittannië, werd als uitvalsbasis gebruikt, waar de bureaus zich als handelszaken of consulaten vestigden en daarom door Nederland werden getolereerd.

Meteen na het uitbreken van de oorlog waren er in Vlissingen al een groot aantal agenten die zich bezighielden met het rekruteren onder de vluchtelingen van arbeiders voor de munitiefabrieken in Groot-Brittannië en Frankrijk, en met het doorsluizen van jonge mannen voor het IJzerfront. Ook ondervroegen ze vluchtelingen en deserteurs om een goed beeld te verkrijgen van de militaire situatie in bezet België.

Rotterdam werd uiteindelijk de hoofdrolspeler: het ontpopte zich tot het grootste spionagecentrum ter wereld. Zowel de Engelsen als de Duitsers hadden er een kantoor. De Duitsers opereerden vanuit het Keizerlijke Duitse consulaat-generaal in het Witte Huis. De Britten deden dat vanuit het kantoor van de Uranium Steamship Company aan de Boompjes 76a. Beide beschikten over een contraspionagedienst. Die moest de bestaande operaties toedekken en beschermen, maar ook de agenten van de vijand in kaart brengen en volgen.

logosbanner