poort kluis 1 png

 

 

2017flyervoorkant

 

  We zijn open op zaterdag en zondag

"Het dagelijkse leven en smokkel tijdens de Eerste Wereldoorlog"

vanaf 1 juli 2017 tot en met 29 oktober 2017 en van 7 april 2018 tot en met 27 mei 2018

Elke zaterdag en zondag van 12-16u (niet op Pinksteren) 

 (niet op maandag) Groepen op aanvraag

Spionage tijdens de Groote Oorlog

5 02 Telegrafie tijdens WO IDe spionage tijdens WO I was op geen enkele manier te vergelijken met onze huidige denkbeelden. Boeken en films over James Bond hebben ons een spionagewereld voorgespiegeld, waarin de moderne technologie en gadgets een hoofdrol spelen. Die waren er nog helemaal niet tijdens de Eerste Wereldoorlog: de mensen zelf waren belangrijk en ze moesten vooral hun ogen en oren goed kunnen gebruiken. De enige hulpmiddelen waarover men toen beschikte, waren telefonie en telegrafie. Ook duiven mochten hun steentje bijdragen en in de loop van de oorlog won luchtfotografie aan belang.

De bewoners van de bezette gebieden waren niet vertrouwd met spionage of ondergronds verzet.
Het brutale gedrag van de Duitse invallers leidde vooral tot clandestiene activiteiten. In de eerste weken na de inval werd er hulp geboden aan gewonde of van de troepen afgesneden soldaten, die men voedsel en onderdak verschafte en via neutrale landen zoals Nederland terug naar hun eigen legers loodste. En tijdens heel de oorlog waren er vrijwilligers, zowel jongelingen die zich bij het leger wilden voegen als anderen die in Engelse of Franse fabrieken wilden gaan werken.


Later kwamen daar nog bij:
• De verzetspers
• De clandestiene postdiensten
• De weigering om de verordeningen van de bezetter op te volgen
• Grenssmokkel
• Sabotage
• Het bekomen en overbrengen van inlichtingen

Vooral dit laatste werd heel belangrijk voor de geallieerde legers. Het spreekt vanzelf dat de Duitsers hiertegen fel reageerden en zo hun contraspionage zeer sterk ontwikkelden. Maar voor elke dienst die werd opgerold, kwamen er weer andere diensten in de plaats.

 


Ontplooiing van de inlichtingen-activiteiten

Voor de geallieerden was het van het grootste belang om de sterkte van de Duitse troepen overal en tijdig te kennen. Aanvoeren of concentraties van soldaten in één gebied konden immers op een nakend offensief duiden, waartegen tijdig maatregelen moesten worden genomen. En omdat België één der dichtste spoorwegnetten van de wereld bezat, gebeurden Duitse troepentransporten vooral per trein. Het was dus van groot belang om die te observeren en er verslag over uit te brengen: driekwart van alle Belgische spionnen waren hierin actief. Maar ook belangrijke kruispunten van wegen en Duitse militaire installaties dienden te worden geobserveerd.
Er waren hiervoor twee belangrijke types van agenten: de observator van de treinen (spoorwegspionage) en de wandelaar-agent of promeneur (territoriale spionage). De eerste moest dicht bij het spoor wonen om alle transporten te kunnen bespieden. De tweede stond op vaste plekken om, met de pijp in de mond, een gemoedelijk praatje te slaan met de soldaten en hen zo inlichtingen te ontfutselen.

5 09 Spoorwegspionage en territoriale spionageDeze inlichtingen moesten zo accuraat mogelijk zijn en volgens een vaste werkwijze in rapporten worden verwerkt.
Men onderscheidde verschillende soorten informatie:
• informatie over op til zijnde operaties en aanvallen,
• samenstelling van de troepen (naam van de eenheden, aantallen soldaten, paarden en materieel...),
• technische ondersteuning (soorten wapens, genietroepen ...) en
• informatie over het moreel van de troepen.
De verzamelde gegevens werden vervolgens (meestal) naar het Frans vertaald, gecodeerd en gecamoufleerd (in onzichtbare inkt, verborgen in hulpstukken).
Die inlichtingen waren enkel nuttig als ze binnen de 72 uren en liefst zelfs binnen de 48 uren aan de geallieerden werden bezorgd.
Om dit alles te kunnen realiseren, ontstonden er vele lokale inlichtingendiensten.

logosbanner